De verpakkingsindustrie is een Europese bedrijfstak dat per jaar met 2 à 3% in omzet groeit. Deze industrie maakt ook veel gebruik van grafische technieken, waardoor er dus ook een milieucomponent aan deze sector kleeft. Dit leidde tot een verhoogde interesse van de EU in deze branche: economisch belangrijk, maar met een mogelijke impact op het milieu. Onderzoek was gewenst: ECOFLEXOBAG, een initiatief van diverse Europese partners, waaronder het Dienstencentrum.

Binnen ECOFLEXOBAG is onderzocht hoe watergedragen flexo inkten zich onderscheiden, ten opzichte van de conventionele oplosmiddelhoudende inkt. Om hierbij een scherpe analyse te kunnen maken, is in dit project specifiek gekeken naar de vervaardiging van commerciële plastic draagtassen. Op basis van uitgevoerde productietesten is komen vast te staan dat je net zo goed watergedragen inkten kunt inzetten, ter vervanging voor de schadelijke oplosmiddelhoudende flexoinkten. Zoals je wellicht weet dragen oplosmiddelen bij aan het ontstaan van het broeikaseffect. En dát willen we nu juist met z’n allen een halt toeroepen.

Dus omschakeling naar water-inkten lijkt een prima oplossing. Maar kan dat in alle gevallen? En zo ja, is dat eenvoudig bereikbaar? Allemaal vragen waar een ondernemer antwoord op moet hebben, voordat hij of zij zomaar overstapt op een alternatief productieproces.

 We weten nu dat je kunststof draagtasjes prima met watergedragen flexoinkten kunt bedrukken. Loop maar eens naar de supermarkt en je zult (bijna) overal wel plastic tasjes zien, die met waterinkten en gerecycled plastic zijn gemaakt. Een prima start van een verduurzaming van de bedrijfstak. Maar de vraag is nu natuurlijk of je waterinkten overal kan inzetten? De consument is al snel genegen om ‘ja’ te zeggen.

Om hierop een goed antwoord te kunnen geven is binnen het ECOFLEXOBAG-project specifiek gekeken naar de vervaardiging van commerciële plastic draagtassen. Deze verbijzondering is nodig, omdat de inzet van flexibele kunststoffen tegenwoordig legio zijn en als vervolg daarop de daaraan gesteld eisen. Te denken valt aan diverse toepassingen van bedrukking van plastic folie:

  • Er mag geen inktmigratie ontstaan richting het ingepakte voedsel. Dat zou giftig zijn;
  • De inkt moet krasvast zijn;
  • De inkt van kunststoffen die in het daglicht vallen moeten UV-bestendig zijn; anders worden de kleuren flets of valt de inkt van het kunststof;
  • Inkten op rek- of krimpfolies moet zelf ook rekbaar zijn. Anders barst de inkt van het plastic af.

Voor de productie van een plastic tasje zijn de bovengenoemde eisen niet of veel minder van belang. Door als onderzoeksteam dus te focussen op de productie van plastic draagtasjes - met bedrukking middels water- dan wel oplosmiddelhoudende flexoinkten - kreeg het onderzoeksteam een veel objectievere kijk of de feiten. 

Tijdens het project hebben de gerenommeerde onderzoeksinstituten VVT (Finland) en AIMPLAS (Spanje) op basis van gelijkwaardige parameters voor beide druktechnieken een LCA (Life Cycle Assessment) uitgevoerd. En wat blijkt? Zoals te verwachten was, bleek de met water gedragen inkt bedrukte commerciële draagtas inderdaad duurzamer te zijn, dan wanneer er oplosmiddelhoudende inkten werden ingezet. Zelfs als je in ogenschouw neemt dat je voor het drogen van waterinkten ongeveer 3 keer meer energie nodig hebt, dan bij het droogproces van oplosmiddelhoudende inkten (oplosmiddelen verdampen immers van nature veel sneller). Watergedragen flexoinkten leken dus op basis van hun LCA inderdaad een duurzaam alternatief te zijn voor oplosmiddelhoudende flexoinkten.

Maar geldt deze stelling altijd en ook voor andere toepassingen van plastics? Dat was de vervolgvraag die de onderzoekers, in samenwerking met andere belangenbehartigers (zoals de EFTA en FTA Europe), zich stelden. Het antwoord is: ‘Nee’. Maar hoe zit het dan wel?

In 2014 kwam naar voren dat aan de inzet van waterinkten ook de nodige problemen kleven: bepaalde bestanddelen in waterinkten zijn waarschijnlijk schadelijk voor onze gezondheid als je er mee in aanraking komt. Dit betekent dat waterinkten in ieder geval (nog) niet toegepast kunnen worden in combinatie met de vervaardiging van voedselverpakkingen. Om dat te bereiken zijn technische aanpassingen van de waterinkten nodig.

Maar betekent dit dan dat dat de flexibele verpakkingsindustrie nog steeds veroordeeld blijft tot de inzet van oplosmiddelhoudende inkten?

Wellicht niet. Op basis van recente ontwikkelingen blijkt dat er nieuwe druktechnieken in opkomst zijn: UV- of Electrobeam-technologie of zelfs digitaal druk.  Zoals nu kan worden overzien bestaan er vijf druktechnieken binnen de flexibele verpakkingsindustrie: oplosmiddelhoudend, watergedragen, UV, Electrobeam en digitaal druk. Maar wélke techniek, op wélk substraat en in wélke toepassing kan worden gebruikt is de branche nog onduidelijk. Meer onderzoek is nodig om hier een adequaat antwoord op te kunnen geven. Zonder die antwoorden blijft de industrie zich vastklampen aan conventionele druktechnieken: dus oplosmiddelhoudend en dus milieuonvriendelijk.

Het leven na dit belangrijke ECOFLEXOBAG-project dient dus te worden ingericht met meer toegepast onderzoek. Nu zijn er te veel onbekende variabelen binnen het productieproces om zo maar te zeggen welke druktechniek je in welke situatie kunt inzetten. Dat leidt alleen maar tot nog grotere teleurstellingen bij ondernemers. Hoe dan ook: Het Ecoflexobag is de eerste grote stap geweest. Welke duurzame stap volgt nu?